![]() |
||
|
|
||
![]() |
|
|
|
Het is de kunst te leren hoe zaad en de natuur zo’n beetje in elkaar zit. Daar moet je ervaring mee opdoen en je er voor openstellen. Er zijn allerlei factoren die maken dat een zaadje wel of niet ontkiemt. Eerste vereiste is dat een zaadje zich goed heeft kunnen ontwikkelen. Dat ontwikkelen gebeurt aan de plant zelf. Kies daarom het moment van oogsten zorgvuldig.
Dat signaal is altijd een samenspel van vocht, zuurstof, licht en temperatuur. Als aan alle voorwaarden zijn voldaan, zal het zaad ontkiemen.
Kijk op de
zaaikalender
welke soorten binnen een aantrekkelijke periode ontkiemen en
die niet al te veel toeters en bellen nodig hebben om het zaad tot
ontkiemen te brengen. Maak daaruit je keuze of noteer de soort voor
jezelf. Moeilijke zaden vind je vooral onder de vasteplanten-zaden. Je hebt zaden van vaste, eenjarige, tweejarige planten. Ik heb even op de rij gezet wat dit voor het zaaien en opkweken betekent. Klik
hier
als je daarover wat meer wilt weten
Kiemproef:
Zet het bord op een vel papier waar je ook de vakverdeling op gezet hebt. Noteer daar op wat je ‘gezaaid’ hebt voor de kiemproef. Trek over het bord een velletje plastic folie of een plastic zak en zet het bord op een warme plek.
Al naar gelang het aantal zaden er binnen pak weg 1 maand opkomt, kun je meten hoe kiemkrachtig het zaad is.
Komen er bijvoorbeeld maar 2 zaden op, dan betekent dat, dat je jezelf de moeite kunt besparen.
Zijn het er 5, dan betekent het dat je minimaal het dubbele aantal zaden moet zaaien van het aantal planten dat je in gedachten hebt.
Voorweken
(scarificeren):
Ook dat heeft met de harde schil te maken. Bij sommige zaden moet je de schil beschadigen om zo het vocht in de kern toe te kunnen laten. Kleine zaden vijl je aan door ze tussen twee velletjes schuurpapier te leggen en de velletjes vervolgens over elkaar heen te wrijven; grotere, hanteerbare zaden kun je met een handvijl bewerken. Er hoeft maar een klein gedeelte ‘beschadigd’ te worden. * Let op dat je niet aanvijlt op de plek van het ‘oog’ van het zaad *. Van weer andere zaden kun je met een mesje een klein stukje van de schil afsnijden.
De temperatuur waarbij de zaden zullen ontkiemen. Elk zaadje heeft een systeempje ingebouwd gekregen die het proces van ontkiemen in werking stelt. Naast de factoren licht/donker, lucht en vocht is dat de (kiem)temperatuur. Als aan alle voorwaarden is voldaan en de temperatuur is goed, dan zal het zaadje ontkiemen en zich vervolgens verder ontwikkelen tot een plant.
Dit zijn de zaden die in koele omstandigheden (maximaal 5 graden Celsius) ontkiemen en verder warmer opgekweekt moeten worden. Koelkiemers kun je het best in de late winter zaaien, waarna ze in het vroege voorjaar zullen ontkiemen en vervolgens verder groeien.
Koukiemers:
Koelkastmethode (koudebehandeling
- stratificeren): Belangrijk is dat de zaaigrond goed doorlatend is. Blijft er constant water in het potje staan, dan kunnen de zaden gaan rotten. Leg onder in het potje een stukje scherf of zo, zodat het water weg kan lopen. Lichtkiemers:
Donkerkiemers:
Temperatuurschommelingen:
Ik laat meestal de natuur zijn werk doen en zet het zaaibakje gewoon in augustus buiten op een plekje uit de volle zon en zorg dat hij voldoende vochtig blijft en later in het traject dat het water er niet in kan blijven staan.
|
||